Home

De prijs van de hetze

Normaal schrijf ik over ontwikkelingen op het gebied van sociale zekerheid, een vonnis van een rechter, de wijze van communiceren door de media of het acteren van partijen. Dit keer schrijf ik op persoonlijke titel, omdat me als bedenker van het vak, de opleiding tot casemanager en als grondlegger en oprichter van de beroepsvereniging RNVC, geen andere keus overblijft dan zelf de feiten van de afgelopen jaren op een rijtje te zetten. En natuurlijk zullen er ook nu weer fatsoenridders voorbij komen die aangeven “dat je zo niet communiceert”. Het zij zo, maar na zo veel leugens is het een keer klaar.

Als direct betrokkene bij alle gesprekken in de afgelopen jaren wil ik met dit bericht tegenwicht bieden aan alle eenzijdige, onjuiste berichtgeving, zodat de mensen om wie het gaat, de professionals, hun klanten, opdrachtgevers en samenwerkende partijen, eerlijk worden geïnformeerd. Wat volgt is een uitgebreid verslag waarin een aantal zaken worden weerlegd, maar waarin ik ook uitleg geef over de (essentiële) verschillen tussen het opleiden van specialisten en het behartigen van de belangen van opgeleide specialisten. Wat je er als lezer mee doet is uiteraard je eigen keuze, maar ik vertrouw erop dat het bijdraagt aan het begrijpen van de standpunten. Daarnaast schrijf ik dit document om onze organisaties en de secretaris van het Register Specialistisch Casemanagement (het RSC) waar mogelijk te ontlasten. We krijgen vele vragen en graag start ik met het waarom van het ontstaan van het RSC.

Ontstaan van het RSC
Het RSC is ontstaan om onderdak te kunnen bieden aan de nieuwe professional, de casemanager Taakdelegatie. Marjol en ikzelf zijn al ruim 3 jaar met de opleiding voor dit nieuwe vakgebied bezig en hebben geprobeerd het bestuur van de RNVC te overtuigen dat dit een volledig andere functie is dan de regievoerder namens de werkgever. Het is belangrijk dat er onderdak komt voor deze nieuwe beroepsgroep, zodat partijen in de markt kunnen controleren of iemand daadwerkelijk een opleiding heeft gedaan. Ook zijn de registers nodig voor het inregelen van de bijbehorende commissies ethische zaken, zodat klanten of opdrachtgevers een waarborg hebben voor een onafhankelijke afwikkeling als zij eventueel een klacht indienen.
Ruim 2 jaar is er overleg geweest met bestuur van de RNVC over de noodzaak om naast de bestaande titels speciaal voor de casemanager taakdelegatie een titel te gaan voeren. We zijn hier helaas niet in geslaagd. Toen de geaccrediteerde Opleiding Taakdelegatie al gestart was, kregen we uiteindelijk het antwoord van het bestuur van de RNVC via een mailtje: ‘wij doen het niet en jullie mogen het niet’.
De geaccrediteerde opleiding Taakdelegatie was inmiddels gestart en de tijd werd krap, zeker nadat de Autoriteit Persoonsgegevens duidelijk de opleidingsvoorwaarden voor taakdelegatie had benoemd. Na het ‘nee’ van de RNVC hadden we daarom geen andere keuze dan het initiatief te nemen het Register Specialistisch Casemanagement te starten.
Mede met behulp van dit nieuwe register borgen we de kwaliteit van werken van de geaccrediteerde specialistische vervolgopleidingen, de onafhankelijke en onder extern toezicht (HAN) afgenomen toetsing en het onafhankelijk werken binnen de kaders.
We begrijpen dat de RNVC deze ontwikkeling niet wilde, maar wonderlijk genoeg is de vraag over het toevoegen van een nieuw register voor de taakdelegatie professional nooit bij de leden neergelegd. De afgelopen maanden en weken heb ik veel reacties gekregen, zeer regelmatig ook negatieve, op berichtgeving die door het bestuur en de voorzitter van de RNVC is verspreid. Reacties als ‘twee verschillende titels verdelen de beroepsgroep en leiden onnodig tot verwarring’. Ook zou de nieuwe belangbehartiger, het RSC, een verlengstuk van CS Opleidingen zijn en dus niet onafhankelijk. Dit is niet waar en dat zal ik ook uitleggen.

Berichtgeving door de RNVC
“De RNVC koerst op versteviging van haar onafhankelijke positie”. Onder deze titel stuurde de voorzitter van de RNVC een persbericht de wereld in (dat echter de – voor een persbericht toch vrij unieke – toevoeging “niet voor publicatie” meekreeg). Het succes van de onafhankelijkheid wordt volgens dit schrijven met volledige instemming van de leden gevierd. Ondertussen heeft een hard groeiende groep leden uit pure wanhoop een advocaat ingeschakeld en overweegt juridische stappen tegen het bestuur van de RNVC. Ik hoop dat het niet zover komt en wens beide partijen veel succes en wijsheid toe.
Voor de betrokkenen de feiten op een rijtje:

  1. Er is 2 jaar overleg geweest over het toevoegen van registers
  2. Bij de inleiding over de komst van het RSC is aangegeven dat de RNVC heeft besloten zonder raadpleging van de achterban geen registers te openen voor specialistisch opgeleide casemanagers. Los van de taakdelegatie bespraken we ook dat er een wens is om casemanagement Ziektewet apart te positioneren. Zowel voor Taakdelegatie als voor Casemanagement Ziektewet ben ik van mening dat er aparte registers moeten komen zodat partijen in de markt kunnen controleren of iemand daadwerkelijk een opleiding heeft gedaan en dat er binnen de door het RSC gestelde kaders wordt gewerkt met de mogelijkheid voor klanten om bezwaren aan ethische commissies voor te kunnen leggen.

  3. Overleg over meerdere opleiders
  4. We hebben begrip voor de wens van het RNVC om minder afhankelijk te zijn van CS als opleider. Dit is de voorzitter van het bestuur van de RNVC al in december 2016 verteld, dus er was allang geen discussie meer over het hebben van meerdere opleiders. CS was toen al bezig het mogelijk te maken de opleiding via andere opleiders aan te bieden. Hiervoor is het intellectueel eigendom van de opleiding overgeheveld naar Cylin en zo kunnen de opleidingen met andere opleiders worden gedeeld op basis van voorwaarden die bijdragen aan het behoud van de kwaliteit van de opleidingen.
    Bij dezelfde vergadering in december 2016 kregen we van het bestuur van de RNVC te horen dat ze het onderwerp meerdere opleiders zo spuugzat waren dat ze daarmee klaar waren en niet meer verder gingen praten met andere opleiders. Dat dit een leugen bleek te zijn, werd al in de eerste helft van 2017 duidelijk. Zie punt 4.

  5. CPION oordeelt niet over de inhoud van een opleiding waar het de toekenning van een titel betreft
  6. Het bestuur van de RVNC heeft zich ten doel gesteld dat er meerdere opleiders moeten komen. Zoals nu blijkt mag dat zelfs ten koste gaan van het vak en de inmiddels meer dan 2.500 opgeleide en afgestudeerde register-casemanagers. In totaal is ongeveer 25% lid van de RNVC geworden is. Waarom dan ‘ten koste van het vak en eerder afgestudeerde casemanagers’?

    Zelfs in het persbericht handhaaft het bestuur de leugen over het curriculum (de inhoud van een opleiding) waar het register-casemanagement in Nederland op stoelt (citaat persbericht RNVC ALV 18-92017): “De RNVC is op verzoek van de leden al geruime tijd in gesprek met andere opleidingsinstituten die een casemanagementopleiding geven. Recent heeft Cpion beoordeeld dat de opleiding casemanagement van Scolea qua inhoud en niveau gelijkwaardig is aan ons curriculum en de Scolea afgestudeerden kunnen worden toegelaten als lid.”

    Dit is wat CPION (directie) op 22 mei 2017 (!) zelf over dit onderwerp te melden heeft (en wat bij het bestuur van de RNVC bekend is):
    “Wij hebben inderdaad onlangs een opleiding getoetst en met goed gevolg geregistreerd als Posthbo-opleiding. Door ons getoetste opleidingen krijgen inderdaad het beschermde predicaat Phbo-Registeropleiding. Wij gaan echter niet over titulatuur die door beroepsverenigingen in het leven worden geroepen. Die positie zouden wij ook helemaal niet kunnen vervullen. Bovenstaande geeft daarmee aan dat wij niet de partij zijn die over de titel RCCM (of welke titel dan ook) gaat. Nogmaals, dat is aan de beroeps- of brancheverenigingen die dergelijke titels in het leven roepen.”
    Even terug naar de feiten. Al in mei 2017 is het bestuur van de RNVC geïnformeerd dat het CPION niet over de inhoud van een opleiding in relatie tot een titel gaat maar over het niveau. Dus CPION toetst niet de inhoud met betrekking tot een titel (het curriculum, de studiebelasting, de toelatings- en exameneisen etcetera), maar enkel het niveau (post mbo, post hbo).

  7. Het bestuur heeft de opleiding van Scolea zelf geaccrediteerd
  8. Het bestuur van de RNVC heeft in haar ijver om meerdere opleiders geaccrediteerd te krijgen ZELF (zonder dit vooraf bij haar eigen leden te toetsen) de nieuwe opleiding van Scolea geaccrediteerd. Dus niet CPION, maar het bestuur en niemand anders.

  9. De opleiding van Scolea komt niet overeen met de Post Bachelor Register Casemanagement
  10. De opleiding van Scolea stoelt NIET op hetzelfde curriculum als de Post Bachelor Register Casemanagement van CS, en herbergt zelfs elementen die strijdig zijn met de wettelijke kaders van het bestaande register-casemanagement. Daarnaast verschilt zij in onder meer de volgende opzichten met de bestaande Post Bachelor opleiding van CS Opleidingen:
    a. Een totaal afwijkend lesprogramma’s (in totaal circa 8 lesdagen minder);
    b. Geen controle mogelijk op deelname lessen (dus studietijd);
    c. Geen tussentijdse mondelinge tentamens;
    d. Geen afstudeerproject of afstudeerscriptie;
    e. Geen afsluitend theoretisch examen in combinatie met assessments, maar een ‘moeilijk telefoongesprek’ of een gesprek over een ‘masterpiece’;
    f. En bovenal: geen onafhankelijk toezichthouder (het verzoek van Scolea hiertoe is door de HAN tot drie keer toe afgewezen).
    Dus dit is wat er echt is gebeurd: er wordt geen verwarring gezaaid omdat er nu 2 verschillende titels voor dezelfde professional zouden zijn. Het is juist andersom: het bestuur van de RNVC heeft zonder raadpleging van de leden op eigen houtje voor chaos gezorgd door 2 totaal verschillende opleidingen met totaal verschillende toetsnormen nu recht te geven op dezelfde titels Rccm en Crov.

  11. De HAN is toch echt een onafhankelijk toezichthouder
  12. Punt 5 heeft tijdens de recente ledenvergadering van 18 september jl. behoorlijk wat stof doen opwaaien. Inmiddels is er blijkbaar consensus, als ik het persbericht moet geloven. De oplossing is nu dat het bestuur op zoek gaat naar ‘een onafhankelijke partij’ om de casemanagers die zich willen inschrijven te toetsen. En na een ‘’Sorry dat we jullie misschien niet helemaal goed hebben geïnformeerd’’, gaan we vervolgens over tot de orde van de dag. Sorry? Even een toetsje? Achteraf? En niemand die zich dan afvraagt of het misschien een beetje vreemd is dat je als beroepsvereniging zelf gaat toetsen of iemand een diploma had mogen krijgen en je je daarmee dus zelf boven de HAN en de Stichting Post HBO stelt om je eigen accreditatiebeleid te corrigeren?
    Hoewel het bestuur van de RNVC nu anders doet voorkomen, is de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen is al 15 jaar een onafhankelijk, betrouwbaar en adequaat toezichthouder met verstand van zaken, zeker als het om onderwijs gaat. Eerst accrediteer je onderwijs dat zichzelf toetst en om dat te corrigeren ga je als bestuur zelf toetsen om zeker te weten dat mensen een titel verdienen?

  13. Het bestuur gaat het bestaande curriculum voor het gemak nu maar schrappen
  14. Het bestuur van de RNVC gaat niet alleen zelf een toetsende partij benoemen, maar is daarnaast van plan (wederom zonder raadpleging van haar leden) het huidige bestaande curriculum (inhoud opleiding) uit haar statuten te schrappen zodat er geen discrepantie met de nieuwe opleidingsprogramma’s meer bestaat.

  15. Er mogen nu mensen de titel Rccm dragen, die meerdere malen gezakt zijn bij CS
  16. Op LinkedIn en andere sociale media komen inmiddels casemanagers voorbij die trots vertellen dat ze nu de titel Rccm mogen dragen, terwijl wij weten dat ze in het verleden meerdere malen voor hun examens via de HAN gezakt zijn. Bij deze groep Rccm’ers is er geen enkele controle mogelijk, niet op het examen, zelfs niet of alle lessen wel gevolgd zijn. Vanwege de accreditatie van opleidings-programma’s die verschillen in inhoud, studieduur en toetsing roept de RNVC dus zelf (in de naam van de onafhankelijkheid) een devaluatie af over de waarde van de opleidingen en van de titels Rccm en Crov.

  17. Zeggenschap over de inhoud van de opleiding
  18. Het probleem van de RNVC was niet de verstikkende afhankelijkheid van CS Opleidingen als leverancier van leden. Jarenlang is steeds opnieuw iedere uitnodiging om bij een diplomering aanwezig te zijn door het huidige bestuur afgewezen. Hetzelfde geldt voor iedere poging om samen constructief in gesprek te gaan om de RNVC beter te promoten zodat er meer dan de circa 25% van de afgestudeerde studenten lid zou worden.
    Het echte probleem is dat het intellectueel eigendom van het curriculum bij CS Opleidingen lag en dat CS voor het gevoel van een beperkt aantal bestuursleden en leden daarom te veel zeggenschap had en dat CS dat (curriculum) niet met andere partijen wilde delen.
    Ook dat is niet waar. CS wilde het curriculum inderdaad niet aan de RNVC afstaan zodat die dat vervolgens aan andere opleiders kon aanbieden. Ik hoop dat er ook lezers zijn die daar wel begrip voor kunnen opbrengen. Zoals bij punt 2 beschreven heeft CS het intellectueel eigendom inmiddels afgestaan aan Cylin. De opleiding kan daardoor met andere opleiders worden gedeeld op basis van voorwaarden die bijdragen tot het behoud van de kwaliteit van de opleidingen. Uiteindelijk is de inzet van het bestuur de zeggenschap over de inhoud van de opleiding, van het vak.

  19. De zo gewenste onafhankelijkheid is nu juist verdwenen
  20. Doordat de RNVC nu inhoud en toetsing zelf wil bepalen, is de scheiding van machten waar ik in het verleden voor heb gevochten daarmee weg en, welk een ironie, daarmee is de zo vurig gewenste onafhankelijkheid juist verdwenen. De voorgestelde reparatie (het bestuur moet op zoek naar een onafhankelijke organisatie om het kennisniveau van de eigen accreditatie te toetsen) is een schoolvoorbeeld van de student die zijn eigen examen mag nakijken.
    Heb je als bestuur van de RNVC wel nagedacht over de verantwoordelijkheden die er vanuit deze accreditatie (zie emailfragment CPION: de RNVC heeft geaccrediteerd, d.w.z. de voorzitter en de secretaris en niemand anders) bij de opleidingen komen kijken?

    Het onderhouden van een curriculum en het opleiden binnen een vakopleiding geeft een enorme (financiële) verantwoordelijkheid. Hoe borgt de RNVC nu dat heikele punten wel in de opleidingen worden opgenomen en besproken en dat het niet gemiddeld een klein jaar duurt voordat er officiële standpunten worden ingenomen? Taakdelegatie is bijvoorbeeld een officieel onderwerp bij de AP, maar het bestuur van de RNVC was het tot de door haar georganiseerde breuk met CS (nu opeens wel) niet mee eens en weigerde een dergelijke opleiding. Gaat het bestuur de ontwikkeling van nieuwe lesmaterialen en het actueel houden van bestaande lesprogramma’s financieren?
    Regelt de RNVC de budgetten voor het schrijven en drukken van nieuwe boeken, het drukken van nieuwe lesmappen en het bijscholen van docenten? Komt er geld van de RNVC voor het ontwikkelen en schrijven van nieuwe examens en assessments en het afnemen van toetsen? Gaat de RNVC zorgen dat er geld is om partijen te betalen voor het mee-ontwikkelen van nieuwe opleidingen (dat is wat anders dan opleidingen kopiëren)?

    Wie regelt het budget dat nodig is om belangrijke onderwerpen te verkennen, zoals over arbeidsarts of de nieuwe privacywetgeving? Organiseert de RNVC straks bijscholingen en nascholingen? Financiert de RNVC in de toekomst de inrichting van het digitale kennisplatform en een vaktijdschrift?
    En mocht er al over dit soort borging zijn nagedacht, dan hier alvast gratis een tipje van de sluier: de jaarlijkse begroting voor dit soort zaken is bij CS hoger dan € 500.000,-. Dit jaar is het veel hoger in verband met de introductie van nieuwe opleidingen en programma’s. De nieuwe opleiding Regie op Werkvermogen voor re-integratieprofessionals wordt binnenkort gelanceerd. Het nieuwe AP-proof verzuimsysteem TimeLine maar ook producten als VVI en DNA staan op www.verefi.nl . Aan al deze zaken is jarenlang gewerkt en ze worden gedeeld ten behoeve van de professionals in het vak. Wanneer je denkt dat je als RNVC deze verplichtingen in financieel en operationeel opzicht vanuit de accreditatie bij je nieuwe partners kunt neerleggen, dan hoop ik dat je je leden deze garanties zwart op wit kunt geven want anders gaat het niet gebeuren, om de simpele reden dat dit erg veel geld kost. Het zijn juist dit soort verplichtingen die de HAN bijvoorbeeld oplegt voordat ze hun naam aan een opleidingsinstituut en de opleidingen verbinden.

    Wie betaalt uiteindelijk de rekening?
    Dit stukje heet De prijs van de hetze omdat ik vrees dat te weinig van de door Cylin, Mercer of CS opgeleide en afgestudeerde register-casemanagers zich realiseren dat zij het zijn die in de toekomst de rekening gaan betalen voor de devaluatie van het vak van register-casemanager die door de RNVC in gang is gezet.
    Probeer straks maar eens aan een klant of werkgever uit te leggen dat jij echt een andere en uitgebreidere opleiding hebt gevolgd, dat jij wel degelijk schriftelijke examens hebt gemaakt en hebt moeten zweten op je mondelinge tentamens en je scriptie. Dat je met Regie op Verzuim via CS voor je Crov-titel al harder hebt moeten blokken en een zwaarder examen hebt moeten doen dan de nieuwe collega’s die sinds kort ook Rccm achter hun naam mogen zetten.

    Leg maar eens uit dat jouw uurtarief of salaris dáárom hoger moet zijn, omdat die andere Rccm’er een paar honderd studie-uren minder heeft, dat die geen tentamen en examen voor module B (corporate casemanagement) heeft moeten afleggen, sterker nog, helemaal geen schriftelijk examen heeft moeten afleggen, laat staan een onder onafhankelijk toezicht van de HAN.

    De oplossing?
    Hoe paradoxaal het ook klinkt, de oplossing wordt gevormd door de nieuwe titel RCMC die speciaal door het RSC is ingevoerd om register-casemanagers tegen de titelinflatie te beschermen. Het RSC heeft dit (aantoonbaar!) pas in augustus gedaan, als reactie op de accreditaties van afwijkende opleidingen door de RNVC. En niet al veel eerder, zoals door het bestuur werd en wordt beweerd. Dus naast RCM (operationeel casemanagement) is RCMC erbij gekomen, speciaal voor degenen die de volledige postbacheloropleiding heeft gevolgd bestaande uit operationeel en corporate casemanagement.
    Dus wanneer je bij Cylin, Mercer of CS onder toezicht van de HAN bent opgeleid, of wanneer je een speciaal schriftelijk toetredingsexamen (ook onder toezicht van de HAN) hebt gehaald, dan kun je je bij het RSC inschrijven en na vertoon van je HAN-diploma onder meer de volgende titels voeren:
    • ROV (Regie op Verzuim)
    • RCM (operationeel casemanagement op PB-niveau)
    • RCMC (operationeel en corporate casemanagement op PB-niveau)
    Het klopt dat het (een tijdje) best verwarrend kan gaan werken met die verschillende titels, en het meest ideaal is een fusie tussen beide belangbehartigers, maar dat zie ik met het huidige RNVC- bestuur helaas niet gebeuren. Zeker niet zolang zij beweren dat het RSC niet onafhankelijk en een verlengstuk van CS is.

  21. Het RSC is wel degelijk onafhankelijk
  22. Het initiatief voor het RSC is inderdaad door Marjol en mij genomen. Het RSC zit nu nog in de opstartfase. Er is een onafhankelijk bestuur en dat zal zo snel mogelijk uitgebreid worden. Het is wel correct dat Marjol en ikzelf zitting hebben in de Raad van Toezicht zolang onze investering in het RSC (inmiddels aantoonbaar meer dan € 150.000,- ) niet terugverdiend is. Nadat de terugbetaling, zonder rente en zonder enige andere vorm van winstbelang, heeft plaatsgevonden, zullen wij direct gehoor geven aan enig verzoek om op te stappen.
    Via CS en VeReFi (verzuim, re-integratie en financiën) zullen we ook de kennisoverdracht, vernieuwing en kwaliteit van ons vakgebied blijven borgen. We investeren voortdurend in innovatie van specialisaties. Maar ook in bijscholingen die voor iedereen toegankelijk zijn.
    Het RSC kent een samenwerking met VeReFi waardoor RSC-leden via aantrekkelijke kortingen toegang krijgen tot deze kennisdeling. Dat is de enige samenhang. Een samenwerking die voorheen werd aangeboden aan de RNVC. De RNVC heeft hiervoor nooit hoeven betalen en kon gratis meeliften met de kennisontwikkeling. We hebben namelijk op die manier altijd laagdrempelig alle professionals willen helpen om dit mooie vakgebied bij te houden. En dat zullen we ook blijven doen.

Ten slotte
Goed, dit was de uitleg in het belang van alle HAN-afgestudeerde register-casemanagers en het vak zelf. Ik hoop het hiermee voor de secretaris van het RSC, die dagelijks vele vragen krijgt, wat eenvoudiger te maken.
Van het RNVC-bestuur hebben we niet zelf de kans gekregen onze kant van het verhaal te mogen delen tijdens de ledenvergadering van 18 september. Anderen wilden dat wel namens ons doen, maar dat zou nog meer onrust hebben gegeven. Daarom zijn voor degenen die het hoe en waarom wel graag wilden weten nu door mij de feiten aan het papier toevertrouwd. Het maakt mij daarbij niet uit naar wie je voorkeur uitgaat. Marjol, alle leden van ons team en ikzelf wensen namelijk de RNVC alle succes toe om uit deze perikelen te komen en we moedigen ze aan op te treden tegen de vergaande polarisatie in de media waar het mooie vakgebied van register casemanagement betreft. We sluiten ook niet uit dat er in de toekomst alsnog een samenwerking tot stand komt. Ook deze bereidheid hebben we bij het bestuur aangegeven.

Hartelijke groet,
Herwin Schrijver
Bedenker en oprichter van de RNVC, het RSC en het registercasemanagement in Nederland